Orgel gebouwd door Johann Heinrich Hartmann Bätz, zie: Johann Bätz - Wikipedia Het was het laatste door hem gebouwde orgel, voor de oplevering stierf hij op 13 december 1770. Het orgel is in gebruik genomen op 20 december 1770. Het had 3 klavieren met een vrij pedaal en 46 registers, de dispositie was toen als volgt:
Hoofdwerk C-d''':
Prestant 16' DD, Bordon 16', Octaaf 8' DD, Roorfluyt 8', Octaaf 4' DD, Fluyt 4', Quint 3', Superoctaaf 2' DD, Waltfluyt 2', Mixtuur IV-VI-VIII, Scherp III-IV-VI, Trompet 16', Trompet 8'.
Rugwerk C-d''':
Quintadeen 16', Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Roorfluyt 4', Nasart 3', Octaaf 2', Terts 1 3/5', Mixtuur III-IV-VI-VIII, Cornet D VI, Trompet 8', Hautbois 8', Tramblant.
Bovenwerk C-d''':
Prestant 8', Baartpijp 8', Viola di Gamba 8', Octaaf 4', Speelfluit 3', Gemshoorn 2', Flageolet 1 1/2', Sexquialter B II, Sexquialter D III, Schalmei 8', Vox Humana 8', Tramblant.
Pedaal C-e':
Prestant 16', Subbas 16', Roorquint 12', Holfluyt 8', Octaaf 4', Nagthoorn 2', Mixtuur IV, Basuyn 16', Trompet 8', Trompet 4', Cink 2'.
Koppels:
Hoofdwerk - Rugwerk (gedeeld), Hoofdwerk - Bovenwerk (gedeeld), Pedaal - Hoofdwerk.
Accessoires:
Vier afsluitingen.
Vader en zoon Schmidt hadden het orgel in onderhoud in de jaren: 1788, 1793-1812.
Schmidt heeft de dispositie bij aanvang van het contract in 1793 licht aangepast: de Sexquialter van het bovenwerk werd een Carillon, de Flageolet 1 1/2 werd een 1 voet en de Roerquint 12' van het pedaal werd gewijzigd in een Open Quint 6'. Verder maakte hij het orgel schoon, verwijderde de vlekken op de frontpijpen en controleerde de windladen en mechanieken. De kosten bedroegen ƒ 525,-. J.C. Schmidt voerde later alleen stemwerk en noodzakelijke reparaties uit.
Het orgel is verbrand op 7 oktober 1832.
Afbeelding betreft een tekening van het orgel, gemaakt na de brand in 1832, ingekleurd met AI.
Literatuur
Kluiver, Historische orgels in Zeeland
Oost, De orgelmakers Bätz
Afbeelding: Beeldbank RCE 138.857
Orgel gebouwd door Hendrik Hermanus Hess, zie: Hendrik Hermanus Hess - Wikipedia In gebruik genomen op 12 oktober 1791. Het kon gebouwd worden dankzij een legaat van Adriaan Jacob Bisdom (1732-1790).
Het orgel had 2 klavieren met een aangehangen pedaal en 15 registers, de dispositie was toen als volgt:
Hoofdwerk C-f''':
Bourdon 16', Prestant 8', Holpijp 8', Quint 6', Octaaf 4', Nachthoorn 4', Octaaf 2', Cornet D, Mixtuur B/D, Dulciaan B 16', Trompet D 16', Trompet B/D 8'.
Bovenwerk C-f''':
Holpijp 8', Viola di Gamba D 8', Gemshoorn 4', Fluit 2', Flagolet 1', Carrillon, Fagot 8'.
Pedaal C-d':
Aangehangen.
Accessoires:
Tremulant, piano-forte koppeling, discant-octaafkoppeling.
Vader en zoon Schmidt hadden het orgel in onderhoud in de jaren: 1794-1810. Volgens de gegevens uit het rekeningboek betrof dit de jaarlijkse stembeurten.
Het orgel is verbrand op 28 november 1896 door foutief gemonteerde kachels in de kerk.
Na de herbouw van de kerk bouwde de firma Witte een nieuw orgel voor de kerk. Deze moest qua uiterlijk lijken op het verloren gegane Hess-orgel. In gebruik genomen op 27 mei 1900. Dit orgel is op 12 juni 1964 verbrand.
Afbeelding afkomstig uit archief Bisdom Van Vliet, betreft ontwerptekening met keuzemogelijkheden snijwerk. Links en rechts is het snijwerk verschillend.
Foto: Beeldbank RCE 32.232
Foto: Beeldbank RCE 13.936
Ansichtkaart uitgegeven door Stichting Orgelcentrum, ingekleurd met AI.
Orgel gebouwd door Jean Francois Moreau, zie: Jacob François Moreau - Wikipedia Het orgel is in gebruik genomen op 13 mei 1736. Het heeft 3 klavieren met een vrij pedaal en 53 registers. De oorspronkelijke dispositie was als volgt:
Hoofdwerk C-d''':
Praestant 16', Praestant 8', Holpijp 8', Quint 6, Octaaf 4', Fluyd Open 4', Super Octaaf 2', Mixtuur VI, Tertiaan II, Cornet IV, Dulciaan 16', Trompet 16', Trompet 8'.
Rugwerk C-d''':
Praestant D 16', Praestant 8', Holpijp 8', Quintadena 8', Octaaf 4', Rourfluyt 4', Quint 3', Super Octaaf 2', Waldfluyt 2', Mixtuur VI, Cornet VI, Sexquialter B/D, Scherp VI-VIII, Trompet 8', Dulciaan 8', Tramblant.
Bovenwerk C-d''':
Praestant 8', Baardpijp 8', Quintadena 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Fluyd 4', Nasaet 3', Super Octaaf 2', Gemshoorn 2', Siflet 1', Mixtuur B/D IV, Cimbaal III, Vox Humana 8', Tramblant.
Pedaal C-e':
Bas Praestant 16', Bordon 16', Roerquind Gedekt 12', Praestant 8', Octaaf 4', Super Octaaf 2', Mixtuur VI, Bazuyn 16', Trompet 8', Trompet 4', Cornet 2.
Vader en zoon Schmidt hadden het orgel in onderhoud in de jaren: 1795-1799, het betrof de jaarlijkse stembeurten van ƒ 40,- en 4 à 5 keer per jaar de tongwerken stemmen voor ƒ 6,-.
Literatuur
Hess, Beschrijving van het nieuw en uitmuntend orgel in de St. Janskerk te Gouda, 1774.
Vlagsma, Het Moreau-orgel in de Sint-Janskerk te Gouda. Uit: Het Orgel, jaargang 120 nr. 4 2024.
Foto: Beeldbank RCE G.J. Dukker 351.042
Orgel gebouwd door Christian Müller, zie: Christian Müller (orgelbouwer) - Wikipedia In gebruik genomen op 14 september 1738. Het orgel heeft 3 klavieren met een vrij pedaal en 62 registers. De dispositie van het orgel was in 1738 als volgt:
Hoofdwerk C-d''':
Prestant 16', Bourdon 16', Octaaf 8', Roerfluit 8', Viola di Gamba 8', Roerquint 6', Octaaf 4', Gemshoorn 4', Quint 3', Woudfluit 2', Mixtuur IV-X, Tertiaan II, Trompet 16', Trompet 8', Hautbois 8', Trompet 4'.
Rugwerk C-d''':
Prestant 8', Holpijp 8', Quintadena 8', Octaaf 4', Fluit Douce 4', Speelfluit 3', Superoctaaf 2', Mixtuur VI-VIII, Cymbaal III, Sesquialter II-IV, Cornet IV, Fagot 16', Trompet 8', Trechterregaal 8', Tremulant.
Bovenwerk C-d''':
Quintadena 16', Prestant 8', Baarpijp 8', Quintadena 8', Octaaf 4', Flagfluit 4', Nasard 3', Nachthoorn 2', Flageolet 1 1/2', Mixtuur IV-VI, Cymbaal III, Sesquialter II, Schalmei 8', Dulciaan 8', Vox Humana 8', Tremulant.
Pedaal (C-d'):
Principal 32', Prestant 16', Subbas 16', Roerquint 12', Octaaf 8', Holfluit 8', Prestantquint 6', Octaaf 4', Ruisquint 3', Holfluit 2', Bazuin 32', Bazuin 16', Trompet 8', Trompet 4', Cink 2'.
Couplers:
Hoofdwerk - Rugwerk, Hoofdwerk - Bovenwerk.
Vader en zoon Schmidt hadden het orgel in onderhoud in de jaren: 1795-1805. Met Schmidt werden 2 contracten afgesloten: een onderhoudscontract en een contract voor het schoonmaken van het orgel, beide gedateerd op 21 maart 1795. De schoonmaak kostte ƒ 700,-, het onderhoud kostte ƒ 100,-. In november 1795 was Schmidt met dit werk klaar.
In 1803 vervangt Schmidt de metalen Subbas voor een houten versie en vervangt in 1804 de Cimbel van het bovenwerk door een Cornet, voor een bedrag van ƒ 380,-. De wijzigingen zijn bij de orgelrestauratie van 1961 weer ongedaan gemaakt.
Dr. Hans van Nieuwkoop wijdt in zijn lijvige boek "Haarlemse orgelkunst van 1400 tot heden, orgels, organisten en orgelgebruik in de Grote of St.Bavokerk te Haarlem" een hoofdstuk aan Jan Pieter Schmidt en zijn werk aan het Müller-orgel. Men was in Haarlem niet tevreden over het handelen van Schmidt, exacte gegevens ontbreken, maar Schmidt moest in 1804 regelmatig aangespoord worden tot actie. Was dit door zijn privésituatie? De vrouw van Schmidt overleed in 1804 en in die tijd leed Schmidt armoe. Misschien heeft Van Nieuwkoop hier geen onderzoek naar gedaan en komt daardoor te snel met een conclusie dat Schmidt nalatigheid verweten kan worden.
Literatuur
Nieuwkoop, Haarlemse orgelkunst van 1400 tot heden, orgels, organisten en orgelgebruik in de Grote of St.-Bavokerk te Haarlem.
Ao 1795 Den 03 Mey is dit orgel schoongemakt door Joan Pieter Schmidt orgel maker te Gouda en zijn zoon John Christoffel Schmidt
Foto: Nederlandse Orgelpracht, Haarlem 1961
Orgel gebouwd door een onbekende bouwer (Ludovicus de Backer?) overgeplaatst van de Lutherse Kerk Zierikzee naar de Waalse Kerk aan de Poststraat aldaar. Schmidt heeft het orgel met een klavier extra vergroot. Dispositie werd toen als volgt:
Bovenklavier C-c''':
Holpijp 8', Prestant 4', Fluit 4', Quint B 3', Gemshoorn 2', Cornet D III, Dulciaan B/D 8'.
Onderklavier C.c''':
Holpijp B 8', Prestant D 8', Open Fluit D 4', Open Fluit B 2'.
Gehalveerde drukkoppel, ventiel.
De Waalse Kerk in Zierikzee is in 1826 opgeheven. In 1833 is het orgel door Frederik van der Weele overgeplaatst naar de Rooms Katholieke Kerk in IJzendijke. Daar is het rond 1900 verdwenen.
Afbeelding toont situatie Lutherse Kerk Zierikzee
Literatuur
Kluiver, Historische orgels in Zeeland
Orgel gebouwd door Louis Delhaye II, zie: Delhaye - Wikipedia Het orgel is in gebruik genomen op 10 april 1771. Het orgel had 2 klavieren met een aangehangen pedaal en 21 registers. De dispositie van het orgel was als volgt (geheel hetzelfde als van het orgel wat thans in Moordrecht staat):
Hoofdwerk: C-d''':
Praestant 8', Holpyp 8', Praestant 4', Fluittravers 4', Octaav 2', Quint 3', Tertiaan 1 3/5', Cornet VI, Mixtuur IV, Cimbel III, Trompet 16' (de onderste Hout en de bovenste Blik) en Trompet 8' (van Blik).
Rugwerk C-d''':
Praestant 4', Holpyp 8', Roerfluit 8', Fluit 4', Octaav 2', Gemshoorn 2', Flajeolet 1', Sexquialter II, Kromhoorn 8' (van Tin).
Pedaal C-e':
Aangehangen.
J.P. Schmidt overlijdt op 25 september 1807 in Bergen op Zoom tijdens de werkzaamheden aan dit orgel. Vader en zoon Schmidt hadden het orgel in onderhoud in de jaren 1796-1814. Daarna ging het onderhoud over naar P. Wannewitz.
Het orgel is verbrand op 10 april 1972.
Foto afkomstig uit archief RCE, ingekleurd met AI.
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Foto: Beeldbank WBA boz-0478 RGKT215
Orgel gebouwd door Hendrik Hermanus Hess, zie: Hendrik Hermanus Hess - Wikipedia In gebruik genomen op 16 april 1771. Het orgel had 1 klavier met een aangehangen pedaal en 13 registers. De dispositie was toen als volgt:
Manuaal:
Bourdon D 16', Praestant 8', Holpijp 8', Fluittravers 8', Praestant 4', Fluijt 4', Quint 3', Octaav 2', Super Octaav 1', Flajeolet 1', Cornet, Mixtuur, Trompet 8'.
Pedaal:
Aangehangen.
In onderhoud: 1797-1810.
Het betrof hoofdzakelijk jaarlijks stemmen voor een bedrag van 10 gulden en 10 stuivers. In 1810 voert J.C. Schmidt iets meer werkzaamheden uit voor 30 gulden. Wie tussen 1811 en 1814 het onderhoud deed wordt niet duidelijk vanuit het archief. Vanaf maart 1814 gaat het onderhoud naar J.C. Friederichs.
Het orgel is verbrand op 31 mei 1870.
Orgel gebouwd door een onbekende maker. In 1798 door Schmidt gerepareerd.
In de 19e eeuw in een nieuwe kast geplaatst.
Manuaal C-c''':
Prestant D 8', Holpijp B/D 8', Fluit B/D 4', Octaaf B/D 2'.
Het orgel staat bij een particulier in Zwitserland en wacht op restauratie.
De 19e eeuwse orgelkas.
Orgel gebouwd door Jean Baptiste Forceville voor R.K. Kerk Sint Fregandus Deurne (B), opgeleverd in 1725. Het orgel had 1 klavier met een aangehangen pedaal en 12 registers. Op 30 juni 1785 is het in Bergen op Zoom geplaatst door Jean-Joseph Delhaye. De dispositie van het orgel was toen als volgt:
Manuaal:
Bourdon 16', Prestant 8', Fluit Travers D 8', Octaaf 4', Fluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Sexquialter II, Mixtuur V, Cornet V, Trompet 8', Vox Humana 8', Tremulant.
Pedaal:
Aangehangen.
In 1799 vernieuwde Schmidt het register Vox Humana.
In onderhoud: 1799-1806, 1814-1815.
In 1828 is het orgel overgeplaatst naar het nieuwe kerkgebouw. In 1863 besloot men een nieuw orgel te bestellen bij Johannes Ibach & Sohn, waarna het bestaande orgel is verdwenen. Het orgel van Ibach staat sinds 1988 in de Grote of Sint Gertrudiskerk in Bergen op Zoom.
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Foto: Beeldbank WBA SGRW033
Orgel gebouwd door Johannes Josephus Mitterreither, zie: Johannes Mitterreither - Wikipedia , het was een geschenk van Gerrit Holman. Het orgel is opgeleverd in 1778. Het had toen 1 klavier met een aangehangen pedaal en 13 registers. Bij oplevering had het orgel de volgende dispositie:
Manuaal C-d''':
Prestant 8', Holpijp 8', Quintadeen 8', Octaaf 4', Spitsfluit 4', Octaaf 2', Gemshoorn 2', Tertiaan 1 1/4', Fluit B 1', Mixtuur B/D IV-VII, Cornet D IV, Trompet B/D 8', Dulciaan B/D 8'.
Pedaal C-f:
Aangehangen.
In 1800 maakte J.P. Schmidt een bovenwerk bij dit orgel. De Dulciaan verhuisde naar het bovenwerk, waarschijnlijk samen met de Quintadeen die daar als Holpijp verder ging. De Fluit B 1' van het hoofdwerk verdween, een Bourdon D 16' kwam er in de plaats voor terug. De Mixtuur verloor zijn hoogste koor, alles om het orgel wat zwaarder te doen klinken. De dispositie werd toen als volgt:
Hoofdwerk C-d''':
Bourdon D 16', Prestant 8', Roerfluit 8', Octaaf 4', Spitsfluit 4', Octaaf 2', Gemshoorn 2', Tertiaan 1 1/4', Mixtuur B/D IV-VI, Cornet D IV, Trompet B/D 8.
Bovenwerk C-d''':
Prestant D 8', Holpijp B/D 8', Fluit B/D 4', Nasard B/D 3', Dulciaan B/D 8'.
Pedaal C-f:
Aangehangen.
Gesigneerd zie de volgende foto.
In 1960 is het binnenwerk van dit orgel vernietigd en vervangen door nieuwbouw.
Literatuur
Kluiver, Historische orgels in Zeeland
Naamplaatje afkomstig uit windlade. Bij afbraak binnenwerk in 1960 is dit het enige wat gered is van de sloop.
Geplaatst in : ND 29 januari 2003 door redacteur Peter Sneep
BROUWERSHAVEN – ,,Het rampenfonds – het dient met dankbaarheid te worden erkend – heeft Schouwen-Duiveland verwend met orgels”, schrijft het Hervormd Kerkblad voor Schouwen-Duiveland elf jaar na de Watersnoodramp. Prosper Sevestre, organist van de Grote kerk in Brouwershaven heeft gemengde gevoelens bij zo’n zinnetje. “Sommige waardevolle orgels uit de 19e eeuw hebben het veld moeten ruimen voor nieuwe instrumenten, zonder dat daarvoor een dwingende reden was.” Alleen al op dat zwaar getroffen Zeeuwse eiland verrezen na de ramp zeker zestien nieuwe instrumenten.
Sevestre ging op onderzoek uit en publiceerde zijn bevindingen in 1995 in ‘Het Orgel’, het maandblad van de Koninklijke Nederlandse Organistenvereniging waarvan hij in die tijd bestuurslid was. “Er zijn in die tijd heel wat orgels opgeruimd van mindere kwaliteit. Dan kun je denken aan de elektropneumatische fabrieksorgels van de firma Dekker uit Goes. Daarover zal niemand treuren.”
Maar in Zierikzee verdwenen vier waardevolle orgels. In de Evangelisch Lutherse kerk stond bijvoorbeeld een orgel van Mitterreither en Schmidt uit 1778 en 1800. Sevestre sprak met de toenmalige organist, Wim Goudswaard, die na de ramp nog zes jaar dat orgel bespeeld heeft. “Die man herinnert zich, dat hij op een bepaald moment de kerk niet in mocht. Binnen werd het orgel afgebroken en Goudswaard mocht niet zien dat ze pijpen naar beneden aan het gooien waren. Reken maar dat hij erbij heeft staan huilen.”
Andere waardevolle orgels uit Zierikzee stonden in de Gasthuiskerk ( Van Dam 1887), de Rooms-katholieke Kerk ( Rütter 1868) en de Gereformeerde Kerk ( Proper 1887).
Vervalperiode
Niet elk orgel werd weggegooid. Het orgel van de Gasthuiskerk kreeg een nieuw leven in de parochiekerk van het Hoogerheide. Sevestre is in dat Brabantse dorp gaan kijken en trof een prachtig orgel aan. “Oudere kerkgangers van de Gasthuiskerk weten zich dit orgel nog te herinneren. ‘Ik mis het nog elke zondag. Het oude orgel klonk tien keer zo lief als het nieuwe’, zei een van hen tegen mij.”
Volgens Sevestre is de nieuwbouwgolf te verklaren vanuit een samenloop van omstandigheden. “Orgels in Zeeland hadden niet alleen te lijden gehad van de watersnoodramp, maar ook eerder al van het oorlogsgeweld in de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog kwam een nieuwe stroming op in de orgelbouw, die zich sterk afzette tegen de bouwwijze van tijd ervoor, die aangeduid wordt met de term ‘vervalperiode’.”
De nieuwe beweging, de Neobarok, hield van scherp, strak en hoog. De landelijk opererende Hervormde orgelcommissie keurde na de ramp zowat alle instrumenten in de getroffen provincie, ook die in rooms-katholieke en gereformeerde kerken. In de commissie zat onder meer Lambert Erné, een vurig aanhanger van de nieuwe stroming. Saillant detail is, dat de voorzitter van het Nationaal Rampenfonds tevens vice-voorzitter was van de Hervormde orgelcommissie. Zo kwam Zeeland vol te staan met scherpe orgels, betaald door het rampenfonds. “Zeeland is een orgelparadijs geworden van de eerste rang”, ronkt Erné in 1969.
Zangerig
De noodhulp leverde een enorm bedrag op. Geld kwam uit alle delen van de wereld. Scandinavische landen leverden houten noodwoningen en Zweden schonk Zierikzee een nieuw ziekenhuis, dat de naam kreeg van de toenmalige Zweedse koning. Rampenfonds en orgelcommissie hoefden vanwege al dat geld niet op een cent te kijken.
Nederlandse orgelbouwers deden amper mee in de modieuze nieuwbouwgolf. De opdrachten gingen vooral naar Scandinavische bouwers onder wie het Deense bedrijf Marcussen en het Zweedse Hammarberg. Wellicht was het uit dank voor de verkregen hulp. “De enige Nederlandse orgelbouwer die veel in Zeeland mocht doen, was Van Vulpen uit Utrecht”, weet Sevestre. “Lambert Erné, die ook in Utrecht woonde, schijnt daar eens binnengelopen te zijn en heeft het bedrijf overgehaald tot de Neobarok.”
De orgelmode is alweer veranderd. Mild en zangerig is nu het credo. Met enige spijt wordt teruggekeken op wat Sevestre omschrijft als ‘de ramp na de ramp’. Hij heeft tijdens zijn onderzoek amper kunnen achterhalen hoe de orgelcommissie het voor elkaar heeft kunnen krijgen, al die orgels af te keuren. “Sommige orgels hadden best behouden kunnen worden. Kijk maar naar het orgel dat nu in Hoogerheide is terechtgekomen.”
De huidige situatie in de Evangelisch Lutherse Kerk Zierikzee
Foto: Beeldbank RCE, IJ. Th. Heins 349.279
Orgel gebouwd door Rudolph Garrels (1750), zie: Rudolf Garrels - Wikipedia in gebruik genomen op 6 april 1750. De bouw hiervan was gefinancierd door de Prins van Oranje. Het was Garrels laatst gebouwde orgel, op 9 mei 1750 overleed hij. Het orgel had bij oplevering 1 klavier met een aangehangen pedaal en 10 registers, de dispositie was als volgt:
Manuaal C-c''':
Prestant 8', Holpyp 8', Octaef 4', Fluit 4', Quint 3', Super Octaef 2', Quint 1 1/2', Cornet IV , Mixtuur B V, Mixtuur D V-VI, Trompet B/D 8', Tremulant.
Pedaal C-d':
Aangehangen.
In onderhoud: 1800.
Het orgel is verwoest tussen 2 en 4 november 1944 bij het opblazen van de kerktoren door het vertrekkende Duitse leger.
Ansichtkaart ingekleurd met AI.
Literatuur
Zwart, Van een deftig orgel.
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Orgel gebouwd door de Gebr. De Rijckere, in gebruik genomen op 19 januari 1783. Het heeft 3 klavieren met een vrij pedaal en 37 registers. De dispositie van het orgel was in 1783 als volgt:
Hoofdwerk C-d''':
Bourdon 16', Prestant 8', Holpijp B/D 8', Gemshoorn 8', Roerquint 6', Octaaf 4', Open Fluit 4', Superoctaaf 2', Mixtuur B/D IV-VI-VIII, Sesquialter B/D II-III, Cornet D VI, Trompet B/D 8', Clairon B/D 4'.
Rugwerk C-d''':
Quintadeen 8', Holpijp 8', Prestant 4', Roerfluit 4', Nasard 3', Doublet 2', Quint 1 1/3', Mixtuur B/D IV-VI, Trompet B/D 8', Basson B/D 8', Tramblant.
Bovenwerk C-d''':
Baartpijp 8', Fluyt d'Amour 8', Fluyt Douce 4', Quintfluit 3', Gemshoorn 2', Flageolet 1', Echotrompet 8', Vox Humana 8', Tramblant.
Pedaal C-d':
Subbas 16', Prestant 8', Octaaf 4', Bazuin 16', Trompet 8', Schalmei 4'.
Couplers:
Hoofdwerk - Rugwerk, Pedaal - Hoofdwerk.
Accessoires:
Afsluiting Rugwerk, Afsluiting Bovenwerk, Calcantenbel.
In onderhoud: 1800, 1802-1803.
In 1803 heeft Schmidt nieuwe frontpijpen geplaatst in de hoofdkas en de koppeling bovenwerk-hoofdwerk aangebracht. Na het laatste onderhoud van Schmidt is het orgel weer in gebruik genomen op 17 juli 1803.
Bij de reconstructie van het orgel in 1973 is helaas de koppeling van Schmidt verwijderd, in 1989 is een nieuwe koppeling bovenwerk-hoofdwerk aangebracht.
Literatuur
Kluiver, Historische orgels in Zeeland
Foto: Beeldbank RCE OF-04246
1802 Grote Kerk Vianen
Eindkeuring van het nieuwe orgel, gebouwd door Abraham Meere, oplevering 30 oktober 1803. J.P. Schmidt had zich ook ingeschreven voor de bouw van het nieuwe orgel, naast Kunckel en Bätz, de opdracht ging uiteindelijk naar de goedkoopste inschrijver, en dat was Abraham Meere. J.P. Schmidt werd belast toezicht en de eindkeuring, samen met D. Brachthuizer. Volgens de kwitantie maakte Schmidt een tekening van het front, helaas is deze niet te vinden in het kerkarchief. Als het orgel gebouwd is naar ontwerp van J.P. Schmidt, dan lijkt het er op dat Schmidt bij het ontwerp van het schijnrugwerk gekeken heeft naar de rugwerk van het orgel in de Oostkerk te Middelburg waar hij ook in die periode werkzaamheden aan uitvoerde. De onderlijst van de hoofdkas komen we globaal maar 2 keer tegen in het oeuvre van Meere: IJsselstein (thans Urk) en Maarssen. Mijn conclusie is dan ook dat het front van het orgel een ontwerp is van Schmidt en dat Meere daar zijn eigen draai aan heeft gegeven.
Afbeelding situatie 1803-1954, beeldbank RCE 269
1804 Hervormde Kerk Zevenbergen
Orgel gebouwd door Jacobus Zeemans, 1707. IP/15.
De dispositie van het orgel was na aanpassingen door H.H. Hess in 1774 als volgt:
Manuaal C-c''':
Bourdon D 16' (1774), Praestant D 8', Holpijp B/D 8', Quint D 6', Praestant B/D 4', Fluit B/D 4', Quint B/D 3' (1774), Octaaf B/D 2', Gemshoorn D 2', Superquint B/D 1 1/2', Mixtuur B, Scherp B, Tertziaan B/D, Terts D.
Pedaal C-f:
Holpijp 8', Fluit 4'.
Accessoires: 2 ventielen.
In 1804 voert Schmidt onderhoud uit en wijzigt hij de dispositie. Hij plaatst een Cornet D IV, en verwijdert daarvoor waarschijnlijk o.a. de Octaaf 2' en Quint 1 1/2'. Het verdere onderhoud is niet bekend, maar wel dat het ƒ 400,- kostte welke in termijnen werd afbetaald, de laatste termijn in maart 1807.
In onderhoud: 1803?-1816. Het orgel is in 1910 verdwenen en vervangen door een orgel van de Firma Dekker uit Goes. Dat orgel is verwoest in 1944.
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Wegens absentie van orgelmaker J.C. Schmidt werd deze aantekening in het rekeningenboek bij het jaar 1817 geschreven.
Foto: Beeldbank RCE ST-2.355
Orgel gebouwd door Hans Goltfusz voor Honselersdijk, opgeleverd in 1646. Het had 1 klavier met een aangehangen pedaal en 7 registers. In 1757 is het orgel overgeplaatst naar Delfshaven en vergroot naar 2 klavieren met aangehangen pedaal en 19 registers door J. Robbers. Het front moest lijken op het Müller-orgel uit de Lutherse Kerk van Rotterdam. De dispositie van het orgel was toen als volgt:
Hoofdwerk C-c''':
Praestant D 16', Praestant 8', Holpyp B/D 8', Octaav 4', Quint 3', Octaav 2', Cornet D, Sexquialter D, Mixtuur III-IV-V, Trompet 8'.
Bovenwerk C-c''':
Quintadena 8', Holpijp 8', Fluit Travers D 8', Roerfluit D 8', Baarpijp D 8', Praestant 4', Octaaf 4', Fluit 4', Flajeolet 1'.
Pedaal:
Aangehangen.
In onderhoud: 1804-1810.
Op 1 juli 1804 tekent J.P. Schmidt het contract voor reparatie en vernieuwing van het orgel. De exacte werkzaamheden zijn helaas niet terug te vinden, wel de kosten: ƒ 330,- te betalen in 7 termijnen.
Het orgel is in 1854 verkocht en in 1863 in de R.K. Antonius van Paduakerk in Rotterdam geplaatst. Daar is het tenslotte verdwenen rond 1874.
In de plaats van het bovenstaand vermelde orgel kwam een orgel van C.G.F. Witte, opgeleverd in 1855.
Voorblad contract Delfshaven
Plaatsing huisorgel van Deetlef Onderhorst (1763) in de Waalse Kerk. Het orgel is voor de prijs van ƒ 275,- aangekocht van de heer Oldenborgh. Schmidt ontving voor het afbreken, inpakken, repareren en opbouwen ƒ 481,-. Het orgel is daarna in gebruik genomen op 16 december 1804. In 1805 en 1806 stemt Schmidt het orgel voor het bedrag van 5 gulden en 4 stuivers.
Bij plaatsing van het orgel heeft Schmidt de Mixtuur veranderd in een Cornet.
De dispositie was rond 1860 als volgt:
Prestant D 8', Holpijp B/D 8', Octaaf D 4', Fluit B/D 4', Quint B/D 3', Octaaf B/D 2', Flageolet B 1', Cornet D IV.
In 1827 is het orgel overgeplaatst naar de Lutherse Kerk aldaar.
Het orgel is rond 1878 geplaatst in Clinge door Cornelis Rogier. Deze maakte waarschijnlijk ook de huidige orgelkas, de uitvoering van de onderkas wijst zijn richting op, maar de torenkappen van de bovenkas zijn niet overtuigend van Rogier.
Zeer waarschijnlijk betreft dit het orgel waarmee geadverteerd wordt in de Amsterdamsche Courant op 18 juni 1796, zie bijgevoegde advertentie.
Schmidt bood de gemeente eerst een orgel van Hendrik Hermanus Hess aan met de volgende dispositie:
Prestant D 8', Holpijp B/D 8', Fluit B/D 4', Quint B/D 3', Prestant B/D 2', Tertiaan D 1 3/5' en een onbekende stem in de Bas.
Waarom dit orgel niet is doorgegaan wordt niet duidelijk vanuit het archief.
Foto: situatie te Clinge
Meer informatie over het orgel: Orgelsinzeeland - Sint Henricuskerk
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Jespers, Cornelies Rogier en zijn cahier. Uit: Het Orgel jaargang 117 nr.2 2021
1804 Dorpskerk Bodegraven
Orgel gebouwd door Hendrik Hermanus Hess, zie: Hendrik Hermanus Hess - Wikipedia In gebruik genomen juni 1761. Het 7-ledig front is geïnspireerd op het front van het Moreau-orgel in de Sint Janskerk te Gouda. Het orgel had 1 klavier met een aangehangen pedaal en 15 registers. De dispositie was bij oplevering als volgt:
Manuaal C-d''':
Praestant D 16', Praestant 8', Holpyp 8', Fluit 4', Octaav 4', Nazat 3', Quint 3', Super Octaav 2', Gemshoorn 2', Flajeolet 1', Cornet, Sexquialtra, Mixtuur, Scherp, Trompet 8'.
Pedaal C-d':
Aangehangen.
In onderhoud: 1804-1811. De werkzaamheden zijn niet bekend, maar gezien de bedragen die in het rekeningboek staan, 15 gulden en 15 stuivers, zullen dit de jaarlijkse stembeurten geweest zijn.
Het binnenwerk van het orgel is in 1925 door J. de Koff vervangen, ook verving hij de frontpijpen door nieuwe.
In 1973 bouwde Jac. Van der Linden een compleet nieuw orgel in de bestaande kas.
Foto: Beeldbank RCE 5.159
Foto: Beeldbank RCE G.J. Dukker, 198.170
Orgel gebouwd door Johann Heinrich Wilhelm Bätz, (is een broer van Johann Heinrich Hartmann), het had toen 1 klavier met een aangehangen pedaal. In gebruik genomen in 1773. De dispositie van het orgel was toen als volgt:
Manuaal C-d''':
Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Gemshoorn 4', Roerfluit 4', Quint 3', Superoctaaf 2', Mixtuur III-VI, Cornet IV, Trompet B/D 8'.
Pedaal C-d':
aangehangen
J.P. Schmidt dient in 1804 een restauratievoorstel in, deze wordt afgewezen.
Het orgel werd in 1806 door J.C. Friederichs hersteld en uitgebreid met een 2e klavier als zwelwerk, het eerste zwelwerk in Nederland.
Na vele overplaatsingen en verbouwingen staat het orgel sinds 2000 in de Hervormde Kerk te Oostvoorne.
Afbeelding: Noord-Hollands Archief 46145
Orgel gebouwd door Hendrik Hermanus Hess, zie: Hendrik Hermanus Hess - Wikipedia Het orgel is gebouwd volgens het contract van 23 november 1782. In gebruik genomen op 10 juni 1783. Het had toen 2 klavieren met een aangehangen pedaal en 16 registers. De dispositie van het orgel was in 1783 als volgt:
Hoofdwerk C-f''':
Bourdon 16', Praestant 8', Holpyp 8', Octaaf 4', Quint 3', Super Octaaf 2', Flageolet 1', Cornet D V, Mixtuur III-IV, Trompet 8'.
Bovenwerk C-f''':
Rhoerfluit 8', Gemshoorn 4', Quintfluit 3', Praestant 2', Sexquialter II, Carillon.
Pedaal C-d':
Aangehangen.
Accesoires:
Forte-piano koppeling.
In onderhoud: 1805.
Ook hier is niet meer vindbaar wat de werkzaamheden geweest zijn, het enige wat nog bewaard is is de kwitantie getekend door J.C. Schmidt. Gezien het bedrag 63 gulden en 16 stuivers, moet het iets meer dan alleen stemwerk geweest zijn.
Na vele aanpassingen aan de mode van de tijd is het orgel in 1976 door Flentrop hersteld naar de oorspronkelijke toestand, uitgezonderd de Carillon. Op die plaats staat de Vox Humana van Gabry uit 1912, naar wens van de toenmalige organist. Verder is het orgel uitgebreid met een compleet nieuw vrij pedaal.
De dispositie is thans:
Hoofdwerk C-f''':
Bourdon 16', Praestant 8', Holpyp 8', Octaaf 4', Quint 3', Super Octaaf 2', Flageolet 1', Cornet D V, Mixtuur B/D III-IV, Trompet B/D 8'.
Bovenwerk C-f''':
Rhoerfluit 8', Gemshoorn 4', Quintfluit 3', Praestant 2', Sexquialter II, Vox Humana 8'.
Pedaal C-d':
Bourdon 16', Prestant 8', Octaaf 4', Fagot 16'.
Gehalveerde manuaalkoppeling, koppeling Pedaal-Hoofdwerk.
Tremulant, Ventiel.
Foto: Beeldbank RCE ST-0.143
Plaatsing van een huisorgel in het koor van de kerk.
Dispositie:
Prestant D 8', Holpijp B/D 8', Prestant B/D 4', Gemshoorn B/D 4', Quint B/D 3', Octaav 2', Nagthoorn B/D 2', Tertiaan D 1 3/5', Quint B 1 1/3', Flajeolet B 1'.
Het orgel is later verdwenen.
Orgel gebouwd door Louis Delhaye II zie: Delhaye - Wikipedia, opgeleverd in 1769. Het had 1 klavier met een aangehangen pedaal en 10 registers. Dispositie bij oplevering :
Manuaal C-e''':
Holpijp 8', Praestant 4', Fluit 4', Quint 3', Super Octaaf 2', Tertiaan, Fornituur, Sexquialter, Cornet, Trompet 8', Nachtegaal en tremulant.
In onderhoud: 1805.
Gesigneerd middels een stuk perkament op een deel van de windlade. De tekst luidt als volgt:
La Haye a Antwerpen Fecit Ao 1770
J.P. Schmidt en Zoon J.C. Schmidt a Gouda verbeetert 16 | 8 | 1805 en verniewt
In het kerkarchief is helaas niks te vinden over de bouw en onderhoud van het orgel tot 1839, in dat jaar is er een onderhoudscontract opgesteld voor de duur van 10 jaar met orgelmaker B.J. Gabry.
Het orgel is in 1854 vervangen door een nieuw orgel gebouwd door Wilhelm Rütter.
Enkele onderdelen van het orgel zijn nog bewaard gebleven.
De voormalige Sint Josephkerk in Gouda, afgebroken in 1902.
Foto: Beeldbank SAMH 0440.35058
Orgel gebouwd door Louis Delhaye II, zie: Delhaye - Wikipedia Het orgel is in gebruik genomen op 14 januari 1773. Het had toen 2 klavieren met een aangehangen pedaal en 21 registers. Het stond opgesteld onder de koorboog van de Waalse Kerk, het koor was als consistorie in gebruik. De dispositie was bij oplevering (identiek aan het orgel in Bergen op Zoom):
Hoofdwerk C-e''':
Prestant 8', Holpijp 8', Prestant 4', Fluit Travers D 4', Quint 3', Octaaf 2', Tertiaan 1 3/5', Mixtuur IV, Cimbel III, Cornet VI, Trompet 16', Trompet 8'.
Bovenwerk C-e''':
Holpijp 8', Roerfluit 8', Prestant 4', Fluit 4', Octaaf 2', Gemshoorn 2', Flajeolet 1', Sexquialter II, Kromhoorn 8'.
Pedaal: C-e':
Aangehangen.
In onderhoud: 1805-1806.
In 1806 voltooid Schmidt groot onderhoud aan het orgel. Het contract, opgesteld op 28 april 1805, bevat veel informatie over deze werkzaamheden. Schmidt maakt drie nieuwe spaanbalgen en vernieuwd de windkanalen. Op het hoofdwerk plaatst hij een Bourdon 16' i.p.v. de Flute Travers D 4' en past daarvoor de windlade aan en de Cimbel verdwijnt voor een Spitsfluit 4'. Deze Spitsfluit bestaat voor de helft uit de Flute Travers, de rest is nieuw bijgemaakt. De Tertiaan verdwijnt voor een Holfluit 2'. Op het bovenwerk vervangt hij de Sesquialter voor een Prestant D 8'. Verder schuift hij bij de Holpijp en alle prestanten van het orgel de pijpen 2 plaatsen op en maakt de 2 grootste pijpen nieuw bij om het orgel wat molliger en minder scherp te laten klinken. Ook komen er nieuwe wijdere conducten naar het front en de afgevoerde pijpen van de Holpijp. De windladen worden gedemonteerd en opnieuw beleerd en de doorspraak wordt verholpen. Nieuwe ventielveren worden er geplaatst. Er komt een nieuwe forte-piano koppeling op de klavieren. De kosten bedroegen in totaal ƒ 1.497,50. Het orgel werd op 20 mei 1806 opgeleverd na keuring op 8 mei 1806 door H.H. Freytag en J. Tours.
Dispositie na de werkzaamheden van Schmidt:
Hoofdwerk C-e''':
Bourdon 16', Prestant 8', Holpijp 8', Prestant 4', Spitsfluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Holfluit 2', Cornet D VI, Mixtuur IV, Trompet 16', Trompet 8'.
Bovenwerk C-e''':
Prestant D 8', Holpijp 8', Roerfluit 8' (groot octaaf uit Holpijp), Prestant 4', Fluit 4', Octaaf 2', Gemshoorn 2', Flageolet 1', Kromhoorn 8'.
Pedaal C-e':
Aangehangen.
In 1818 is het orgel, na sluiting van de Waalse Kerk Gouda in 1817, door J.C. Friederichs zonder wijzigingen overgeplaatst naar de Hervormde Kerk Moordrecht. De voormalige Waalse Kerk werd daarna door de Rooms Katholieke Gemeenschap in gebruik genomen als O.L.V. of Gasthuiskapel. Thans is het gebouw het museum Catharina Gasthuis.
In 1841 is het orgel gerestaureerd door de Gebr. Lohman uit Groningen/Gouda. Deze wijzigden ook de dispositie.
In 1963 is het orgel gedeeltelijk gereconstrueerd naar de oorspronkelijke situatie door J. de Koff & Zoon. Deze verplaatste ook het orgel vanuit de koorafscheiding richting de torenwand, daardoor verdween helaas het ensemble orgel-kansel zoals het oorspronkelijk ook in de Waalse Kerk was.
De dispositie is thans als volgt:
Hoofdwerk C-e''':
Bourdon 16' (15 pijpen 1841, rest 1806), Praestant 8' (front 1841), Holpijp 8', Praestant 4', Fluit 4' (3 grootste pijpen 1841, rest 1773/1806), Quintfluit 3', Octaaf 2', Terts 1 3/5', Cornet VI, Mixtuur B/D IV-VI, Trompet B/D 8'.
Bovenwerk C-e''':
Holpijp 8', Roerfluit 8', Praestant 4', Fluit 4', Octaaf 2', Gemshoorn 2', Flageolet 1', Sexquialter II, Dulciaan B/D 8' (1841).
Pedaal C-f':
Bourdon 16' - transmissie, Praestant 8' - transmissie, Praestant 4' - transmissie.
Koppels:
Manuaalkoppel, Pedaal - Hoofdwerk, Pedaal - Bovenwerk.
Accessoires:
Tremulant.
(afbeelding betreft ontwerp voor het orgel, op een aantal punten wijkt deze af van de werkelijkheid)
Tekening: Beeldbank SAMH 0440.13752
Foto: Beeldbank RCE G.J. Dukker D-02464
Huisorgel gebouwd door Jacob Engelbert Teschemacher (1762), zie: Jacob Engelbert Teschemacher – Wikipedia Het is zeer waarschijnlijk in opdracht van Zacharias Hope gebouwd. In mei 1806 is het door Schmidt en zoon geplaatst in de Engelmunduskerk te Velsen. Bij die gelegenheid verving Schmidt de in de kas aanwezige spaanbalg voor 2 nieuwe spaanbalgen achter het orgel. Het werd op 22 juni van dat jaar in gebruik genomen met een concert gespeeld door Jan Robbers, organist van de Waalse Kerk Rotterdam.
Het orgel was bij Schmidt en zoon in onderhoud: circa 1786 - 1806 (bij particulier in Rotterdam) en 1806-1812 in Velsen.
De dispositie van het orgel is als volgt:
Manuaal C-d''':
Bordun 8', Unda Maris D 8', Violin D 8', Gedekt Bas 8' - bas gecombineerd met Bordun 8', Principal 4', Fleut Traverso 4', Nachthorn 4', Octava 2', Flageolet 2', Super Octava 1', Cornet D III, Fagot B 8', Schalmey D 8', Vox Humana D 8', Tremulant.
Pedaal C-e°:
Aangehangen.
Het orgel is gesigneerd aan de binnenzijde van het deksel van de tremulant:
Alhier dit Orgel geplats Den 14 May 1806 door J:P: Schmidt & Zoon te Gouda.
In 1902 is het orgel verkocht aan de Michaëlskerk in Oosterland (N-H) vanwege de aanschaf van een nieuw orgel gebouwd door de Goudse orgelmaker Gabry.
Meer informatie over het orgel:
Zin in Oosterland, Michaëlskerk kunst en cultuur Hollands Kroon Noord-Holland | orgel
Literatuur
Dit wordt gezegt een schoon werk te zijn. Een uitgave van de Orgelwerkgroep Oosterland t.g.v. de restauratie van het Teschemacher-orgel 1974.
Foto: Beeldbank RCE 9.042
Boekzaal der Geleerde Wereld 1806
Orgel gebouwd door onbekende bouwer(s), 2e helft 17e eeuw. Op een onbekend moment is de klaviatuur verplaatst van de voorzijde naar de achterkant.
In onderhoud: 1806
Op 4 februari 1806 ging J. P. Schmidt een overeenkomst aan voor herstel van het orgel. Hij plaatste drie nieuwe balgen, herstelde het labiaalpijpwerk en voerde een herintonatie uit. Van de Cornet 6 sterk moest het kleinste koor worden weggenomen en van de gedeeltelijk van blik gemaakte Trompet 8 vt moesten de drie grootste octaven vernieuwd worden (met houten koppen). Het frontpijpwerk kreeg nieuwe tinfolie en de labia werden verguld. De kosten bedroegen ƒ 939,-. In de overeenkomst worden geen dispositiegegevens vermeld. Zeer vermoedelijk heeft Schmidt ook het orgel uitgebreid met een tweede manuaal, want Hess vermeldt in 1815 dat het orgel, vervaardigd door Schmidt te Gouda, 2 klavieren met aangehangen pedaal heeft met 17 stemmen en vermeldt daarbij de dispositie. De dispositie van het positief is ook typisch iets uit de Goudse school. Ook Broekhuijzen vermeldt rond 1850 dezelfde grootte. Helaas zijn er geen concrete aanwijzingen in de archieven te vinden wanneer het orgel is vergroot en/of Schmidt dat heeft gedaan. Het blijft bij gissen, gezien bedrag en 3 spaanbalgen, moet het orgel in 1806 wel 2 klavieren gehad hebben.
Dispositie van het orgel rond 1815:
Manuaal C-c''':
Bourdon 16', Prestant 8', Roerfluit 8', Octaaf 4', Nachthoorn 4', Quint 3', Octaaf 2', Gemshoorn 2', Mixtuur, Cornet D V, Trompet 8'.
Positief C-c''':
Holpijp 8', Prestant 4', Fluit 4', Nasard 3', Woudfluit 2', Flageolet 1', Carillon D.
Pedaal C-f°:
Aangehangen.
Accesoires:
Tremulant, Afsluiting, Ventiel.
In 1834 is het orgel overgeplaatst naar het nieuwe, huidige, kerkgebouw. In 1867 is het orgel door J. Kerkhoff gerestaureerd, c.q, aangepast en wellicht ook toen ontdaan van het 2e klavier. Orgel heeft thans maar 1 klavier.
De dispositie is thans als volgt:
Manuaal C-c''':
Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Gemshoorn 4', Quint Prestant 3', Octaaf 2', Blokfluit 2', Octaaf 1' DD, Sesquialter D II, Cornet D V, Trompet 8'.
Pedaal C-f°:
Aangehangen.
Literatuur
Slokkers, Het orgel in de Ned. Herv. Kerk te Steenbergen, 1982.
Leune, Enige aantekeningen over de vroege geschiedenis van het orgel in de Hervormde Kerk te Steenbergen. Uit: De Orgelvriend Juli/Augustus 2008.
Van der Ros, Orgel Hervormde Kerk te Steenbergen gerestaureerd. Uit: De Orgelvriend Oktober 2014.
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Jespers, Sieur Jacobus Zeemans 2017.
Afbeelding: Beeldbank WBA
Foto: Beeldbank RCE G. de Hoog 574
Orgel gebouwd door Hendrik Hermanus Hess. Het had 2 klavieren met een aangehangen pedaal en 14 registers.
Dit betrof een groot huisorgel welke in 1792 was aangekocht, de bouwdatum van het instrument is niet bekend. De dispositie van het orgel was toen als volgt:
Manuaal:
Prestant D 8', Holpijp B/D 8', Prestant B/D 4', Fluit B/D 4', Quint B/D 3', Octaaf B/D 2', Mixtuur, Dulciaan B/D 8'.
Positief:
Holpijp B/D 8', Viola di Gamba D 8', Fluit B 4', Open Fluit D 4', Woudfluit B/D 2', Gemshoorn B/D 1', Vox Humana B/D 8'.
Accessoires:
Tremulant, Afsluiter Manuaal, Afsluiter Positief, Ventiel.
In onderhoud: 1808-1812.
In 1809 vernieuwde J.C. Schmidt de blaasbalgen.
Na nieuwbouw kerk in 1864 is het orgel overgeplaatst. In 1874 zijn delen van het Hess-orgel gebruikt bij bouw nieuw orgel door Gebr. Franssen. Kerk en orgel zijn op 24 maart 1982 verbrand door kortsluiting in het orgel.
Literatuur
Gierveld, Het Nederlandse huisorgel in de 17e en 18e eeuw
Orgel gebouwd door Hendrik Hermanus Hess (1784), zie: Hendrik Hermanus Hess - Wikipedia Het had toen 2 klavieren met een aangehangen pedaal en 20 registers. Het orgel was een geschenk van Dirk de Man, hieraan herinnert het wapenbord bovenop de middentoren. De bouw van het orgel begon op 25 november 1783 en het is in augustus 1784 opgeleverd. Door het overlijden van de schenker heeft het orgel 3 jaar lang ongebruikt in de kerk gestaan. Ten einde is het op 25 september 1787 in gebruik genomen. De dispositie was toen als volgt:
Hoofdwerk C-f''':
Bourdon 16', Praestant 8', Holpyp 8', Praestant 4', Nagthoorn 4', Quint 3', Praestant 2', Flajolet 1', Sexquialter II-III, Mixtuur B/D II-V, Cornet D VI, Trompet B/D 8'.
Bovenwerk C-f''':
Holpyp 8', Prestant 4', Fluyt 4', Quintfluyt 3', Praestant 2', Carillon B/D II, Sexquialter D III, Vox Humana 8'.
Pedaal C-d':
aangehangen.
Accesoires: gehalveerde piano-forte koppeling.
J.C. Schmidt had het orgel in onderhoud: 1808-1813
In 1808 was de rekening ƒ 65,-; welke werkzaamheden J.C. Schmidt hier voor uitvoerde is niet in het archief terug te vinden.
In 1832 wijzigde Joachim Reichner de dispositie van het hoofdwerk.
In 1868 is het orgel in de nieuwgebouwde kerk weer opgebouwd door de orgelmakers Van den Haspel, Schölgens & Van der Weijden. Zij maakten een nieuwe windlade voor het bovenwerk en wijzigden de dispositie.
In 1900 werkte A. Standaart aan het orgel en verving enkele stemmen.
In 1929 maakte G. van der Kley een vrij pedaal bij het orgel.
Het orgel is in 1952 gerestaureerd door Ernst Leeflang, daarbij is het orgel ook crèmekleurig geschilderd.
In 1982/1983 volgde een nieuwe restauratie door de Gebroeders Van Vulpen. Deze reconstrueerden de dispositie van het Hoofdwerk naar situatie Hess en het Bovenwerk naar 1868, uitgezonderd de Baardpijp; deze werd vervangen door een Quintfluit 3' en de toonhoogte werd verlaagd. Ook kwam er een nieuwe mechanische sleeplade voor het pedaal met 3 eigen stemmen.
De dispositie is sinds 1983 als volgt:
Hoofdwerk C-f''':
Bourdon 16', Praestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Nachthoorn 4', Quint 3', Octaaf 2', Flageolet 1', Sexquialter B/D II-III, Mixtuur B/D III-V, Cornet D VI, Trompet B/D 8'.
Bovenwerk C-f''':
Holpijp 8', Viool 8', Praestant 4', Fluit 4', Quintfluit 3', Woudfluit 2', Tremulant.
Pedaal C-d':
Subbas 16', Octaaf 8', Fagot 16'.
Koppels: Hoofdwerk - Bovenwerk, Pedaal - Hoofdwerk.
Foto: Beeldbank Stadsarchief Rotterdam
Orgel gebouwd door Hendrik Hermanus Hess (1775), zie: Hendrik Hermanus Hess - Wikipedia In gebruik genomen op 23 april 1775. Het orgel had bij oplevering 1 handklavier zonder pedaal en 11 registers. De dispositie was bij oplevering als volgt:
Manuaal C-d''':
Bourdon 16', Prestant 8', Holpijp 8', Fluit Travers 8', Prestant 4', Fluit 4', Quint Prestant 3', Super Octaaf 2', Flageolet 1', Cornet D IV, Mixtuur II-III.
Accessoires: Tremulant, Ventiel.
In onderhoud: 1808?-1814
Vanaf welk jaar Schmidt het orgel in onderhoud heeft gehad is niet te achterhalen, van de rekeningenboeken in het kerkarchief ontbreken de jaren tot 1808. In de periode april 1795 tot april 1796 is het orgel hersteld en schoongemaakt voor een bedrag van ƒ 42, 30, wie dit uitvoerde is niet bekend. In de periode april 1796 tot april 1797 is er aan het orgel gewerkt voor ƒ 14,-, ook hiervan zijn de werkzaamheden niet bekend. Vanaf 1808 is de naam Schmidt te vinden tot en met 1814. In 1815 gaat het onderhoud naar P.J. Geerkens. In 1822 dient deze een bestek in voor groot onderhoud, deze zijn uitgevoerd voor een bedrag van ƒ 575,-.
Het orgel is verloren gegaan bij de kerkbrand van 29 augustus 1950 door onzorgvuldigheid van een loodgieter na reparatiewerkzaamheden aan het kerkdak.
Foto: Beeldbank RCE 8.880
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Foto: Beeldbank RCE 8.156
Orgel gebouwd door Johannes Josephus Mitterreither (1794), zie: Johannes Mitterreither - Wikipedia Het orgel had toen 1 klavier met een aangehangen pedaal en 11 registers. Dispositie van het orgel was oorspronkelijk:
Manuaal C-f''':
Bourdon 16', Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Roerfluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Gemshoorn 2', Cornet D IV, Mixtuur II-IV, Trompet 8'.
Pedaal:
Aangehangen.
In onderhoud: 1809.
De werkzaamheden zijn tot op heden niet bekend, het is wel groot onderhoud geweest gezien het bedrag van ƒ 202,80; een stembeurt voor een orgel van die grootte kostte ongeveer ƒ 15,-.
Literatuur
Den Hertog, Herstelplan voor het Mitterreither-orgel (1794) in de Dorpskerk te Woubrugge, 5 oktober 2017.
Foto: Beeldbank RCE 21.708
Orgel gebouwd door een onbekende bouwer en later vergroot door Isaac Reichner. In 1805 in Heinenoord geplaatst, aldaar in gebruik genomen op 28 juli 1805.
Schmidt had het orgel in onderhoud : 1809, 1816.
Volgens het contract getekend op 1 maart 1809 plaatst Schmidt 2 nieuwe spaanbalgen en vernieuwd compleet het frontpijpwerk en het front, dit op 4 voet basis maar de lengte van de langste pijp is 6 voet. Verplaatsing van de Holpijp 8' voor betere klankuitstraling van het binnenwerk en de Cornet wordt gewijzigd van III naar IV. Ook werd de mechaniek gerepareerd en waar nodig verbeterd. De kosten bedroegen in totaal ƒ 200,-. De verandering aan de orgelkas werd plaatselijk opgepakt.
De dispositie van het orgel is niet bekend, in ieder geval een Holpijp 8', Prestant 4' en een Cornet D IV, 1 klavier van C-f'''.
Het orgel is verdwenen in 1887, toen het werd vervangen door een orgel van de firma Van den Haspel. Zeer waarschijnlijk heeft Van den Haspel onderdelen van het oude orgel gebruikt in het nieuwe orgel.
Afbeelding: archief Hervormde Gemeente Heinenoord
Foto: Beeldbank RCE 45.493
Orgel gebouwd door Louis Benoit van Peteghem (1801) Ip/11.
De dispositie van het orgel was toen als volgt:
Manuaal:
Holpyp 8', Prestant 4', Roerfluit 4', Roerquint 3', Octaaf 2', Terts 1 3/5', Mixtuur IV, Cornet IV, Trompet B/D 8', Kromhoorn D 8', Clairon B 4'.
J.C. Schmidt had het orgel in onderhoud: 1810-1813.
In het rekeningenboek zijn de volgende bedragen opgeschreven:
1810 ƒ 19,12,-.
1811 ƒ 21,9,-.
22 oktober 1812 ƒ 15,-,-.
6 augustus 1813 ƒ 3,-,-.
Het orgel was in 1801 in een schuurkerk geplaatst. In 1831 besloot men tot de bouw van een nieuwe kerk, deze werd in 1832 opgeleverd. Het orgel is toen door N. Welter overgeplaatst.
Het orgel is rond 1870 verdwenen nadat J. Kerkhoff toen een nieuw orgel leverde. Dit orgel is in 1944 verloren gegaan door een bombardement.
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Bovenstaande foto geeft de Sint Gummaruskerk van 1831-1901 weer.
Afbeelding: Beeldbank WBA BOZ001035396
Orgel gebouwd door Jacobus Zeemans (1699). Het had klavier met een aangehangen pedaal en 11 registers.
In 1774 is het orgel grotendeels vernieuwd door J. Baars. Rond 1793 is het orgel zodanig beschadigd, door Franse soldaten, dat deze tot 1814 niet meer gebruikt werd.
In 1815 plaatst Schmidt nieuw pijpwerk op de bestaande windlade. Dispositie was na de werkzaamheden van J.C. Schmidt als volgt:
Manuaal C-c''':
Bourdon 8', Prestant 4', Fluit 4', Nazard 3', Octaaf 2', Flageolet 1, Cornet D IV, Vox Humana 8'.
Pedaal C-d':
Aangehangen.
In 1933 plaatste Van Leeuwen uit Leiderdorp het pijpwerk op een nieuwe pneumatische windlade en wijzigde hij de dispositie
In 1994 is er een reconstructie uitgevoerd naar situatie 1774 door Henk van Eeken naar een rapport van Hans van Nieuwkoop.
De dispositie is thans als volgt:
Bourdon 16', Holpijp 8' (1815), Prestant 4' (front 1994, binnenpijpen grotendeels 1815), Fluit 4' (grotendeels 1815), Nasard 3', Octaaf 2' (grotendeels 1815, rest 1699), Mixtuur III, Cornet D IV (1699 en divers), Vox Humana 8'.
Handschrift G.H. Broekhuyzen vermeldt nog het volgende over het orgel:
Het orgel in de Kerk der Hervormde gemeente te Etten was een zeer oud werk met noch spitsen torens en gefigureerde pijpen in het front. In de windlade leest men "Nadat ik verdistrueerd was door Fransche geweld. Ben ik door beroemde Smit weer in staat gesteld. Anno 1815".
Foto: Organ database | Complete description
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Van Buitenen, Het orgel in de Raadzaal te Etten-Leur gerestaureerd en gereconstrueerd. Uit: De Orgelvriend jaargang 39, februari 1997.
Jespers, Sieur Jacobus Zeemans 2017.
Afbeelding: West Brabants Archief D. Th. Gevers van Endegeest 2025-00153
Orgel gebouwd door J.T. Gilman (1781). Het had 1 klavier met een aangehangen pedaal en 11 registers. De dispositie van het orgel was toen als volgt:
Manuaal:
Prestant D 8', Bourdon 8', Viol di Gamba D 8', Prestant 4', Fluit Douce 4', Quint 3', Octaaf 2', Fluit 2', Flageolet 1', Mixtuur III, Trompet B/D 8'.
Pedaal:
Aangehangen.
In onderhoud: 1819. In het rekeningenboek staat het volgende vermeld: idem betaald aan J.C. Schmidt, orgelmaker, voor reparatie aan het orgel, volgens rekening en kwitantie ƒ 76 – 0.
In 1925 is het orgel overgeplaatst naar Sint Iridorushoeve, in 1951 naar Elden, in 1965 naar Velp en in 1974 naar Lisse.
In 2024 is het orgel verkocht naar Frankrijk.
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Boogaarts, De orgelmakers Smits te Reek (bij Grave).
Foto: Beeldbank RCE A. Booden LAAT-kr14-021956-E
Orgel gebouwd door een onbekende maker.
De dispositie van het orgel is onbekend.
In onderhoud: 1820-1823, 1829 en 1830.
In het rekeningenboek van de kerk staat niet expliciet J.C. Schmidt vermeld. Er staat of 'Smits' of 'J. Smits'. Het kan misschien ook J.J. Schmitz geweest kunnen zijn.
Het orgel is in 1843 verdwenen, na bouw van de nieuwe Sint Pieterskerk.
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Orgel gebouwd door Johann Heinrich Hartmann Bätz (1764), zie: Johann Bätz - Wikipedia Het orgel had bij oplevering 1 klavier en een aangehangen pedaal met 11 registers. De dispositie was toen als volgt:
Manuaal C-d''':
Bordon 16', Prestant 8', Roorfluit 8', Octaaf 4', Gemshoorn 4', Quint 3', Superoctaaf 2', Flageolet 1 1/2', Cornet D IV, Mixtuur B/D III-IV-VI, Trompet 8'.
Pedaal C-c':
Aangehangen
Tramblant, Ventiel.
In 1820 stemt een "Heer Smits" het orgel, zeer waarschijnlijk was dat J.C. Schmidt. Het kan misschien ook J.J. Schmitz geweest kunnen zijn.
In 1824 is het orgel overgeplaatst naar de nieuwe Hervormde Kerk, de Pauluskerk.
Literatuur
Jespers, Rondtrekkende Duitse orgelmakers in Noord-Brabant. Uit: De Mixtuur, nr.52 januari 1986.
Afbeelding: Beeldbank RAT 039802
Plaatsing van een huisorgel van onbekende maker achter een schijnfront, het had 1 klavier en 5 registers. De dispositie was als volgt:
Bourdon 8', Viola di Gamba D 8', Prestant 4', Quint 3, Octaaf 2'.
Ventil, Tremulant, Schepblaasbalg.
Op 25 juni 1821 werd bij een verkoping bij de notaris op de Geldersche Kaai in Rotterdam een bureau-orgel onder cat.nr. 79 te koop aangeboden door J. van Baalen boekverkoper, het zou best kunnen dat dit orgeltje in Engelen terecht is gekomen.
In onderhoud: 1822-1830. In 1822 is er een onderhoudscontract voor 4 jaar aangegaan voor jaarlijkse stembeurt à ƒ 5,- , te betalen in 3 termijnen. Dit contract is opnieuw getekend voor 4 jaar op 1 november 1826. Ten tijde van het eerste contract woonde J.C. Schmidt, volgens het contract, in Engelen.
Het orgel is in 1882 vervangen door een harmonium en overgeplaatst naar Maurik, O.L.V., daar is het orgel rond 1890 verdwenen.
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Orgel gebouwd door een onbekende maker, Ip/9.
De dispositie van het orgel was rond 1822 als volgt:
Manuaal C-c''':
Prestant 8', Holpijp 8', Prestant 4', Gemshoorn 4', Octaaf 2', Fluit 2', Nachthoorn 2', Sexquialter II, Mixtuur.
Pedaal:
aangehangen
Tremulant, Ventil.
In onderhoud: 1822.
In 1828 diende J.C. Schmidt een voorstel tot uitbreiding van het het orgel in. Het voorstel betrof een uitbreiding met een Posititief met de volgende stemmen: Bourdon 8', Fluit 4', Gedekt Fluit 2. Het is bij een voorstel gebleven.
In 1939 bouwde Standaart een compleet nieuw orgel in de oude orgelkas. Het oorspronkelijke binnenwerk is toen verdwenen. Het orgel is rond 1956 opgeruimd nadat de Lutherse Gemeente hun kerkgebouw verlieten voortaan gingen kerken in het gebouw van de Waalse Gemeente.
Foto: Organ database | Complete description
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Foto: Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch 0017569
Orgel gebouwd door A.F.G. Heyneman (1788), in 1795 vernield. In 1817 in een nieuwe orgelkas geplaatst door B.P. van Hirtum. De dispositie van het orgel was rond 1817 als volgt:
Manuaal C-f''':
Holpijp 8', Fluit Travers 8', Prestant 4', Fluit 4', Octaaf 2', Fluit 2', Cornet D III, Trompet B/D 8'.
In onderhoud: 1825, 1827, 1828.
1825: balg gerepareerd, Trompet opnieuw opgehangen, pijpwerk sprekend gemaakt voor 15 gulden en 9 stuivers.
1827: orgel en okzaal opnieuw geverfd en verguld, kosten 4 gulden en 9 stuivers.
1828: een aangehangen pedaal en bijbehorende mechaniek gemaakt, kosten 18 gulden. Verder het orgel hersteld en gestemd voor 21 gulden en 15 1/2 stuivers.
Het orgel is in 1962 overgeplaatst naar Esch, Sint Willibrorduskerk en in 2010 gerestaureerd naar situatie 1817.
Foto situatie Vught: Organ database | Complete description , ingekleurd met AI.
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Foto: Beeldbank RCE G. Th. Delemarre 69.826
De huidige situatie in de Sint Willibrorduskerk in Esch, sinds de restauratie van 2010.
Orgel gebouwd door een onbekende maker (1801), Ip/10. De dispositie van het orgel was toen als volgt:
Manuaal:
Bourdon 8', Prestant 4', Flute 4', Quint 3', Octaaf 2', Flageolet 1', Sesquialter II, Cornet D III, Mixtuur IV, Trompet 8'.
Tremulant, Ventil.
2 blaasbalgen en een aangehangen pedaal.
In onderhoud: 1835.
J.C. Schmidt voerde toen werkzaamheden uit voor een bedrag van ƒ 36,-. Of Schmidt het voor 1835 ook in onderhoud had is niet bekend, de rekeningenboeken voor 1835 ontbreken.
In 1841 is het orgel overgeplaatst naar het nieuwe kerkgebouw.
Het orgel is in 1853 verdwenen na nieuw orgel gebouwd door Vollebregt.
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Bovenstaande afbeelding laat het kerkgebouw zien uit 1841, deze is op 5 november 1944 verwoest.
Orgel gebouwd door een onbekende maker. Het had 1 klavier met een aangehangen pedaal en 2 blaasbalgen. De dispositie van het orgel was omstreeks 1827 als volgt:
Prestant D 8', Holpijp 8', Prestant 4', Fluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Cimbel II, Sexquialter II, Mixtuur III, Cornet III, Trompet 8'.
In 1836 staat in het rekeningenboek vermeld betaalt aan J : Smits orgelmaaker bij quitantie ƒ 30, -,-. Dit zou J.C. Schmidt geweest kunnen zijn. Het kan misschien ook J.J. Schmitz geweest kunnen zijn. Er is helaas geen kwitantie bewaard gebleven.
In 1838 is het orgel door A. Derksen Van Angeren afgebroken en opnieuw opgebouwd in het verbouwde kerkgebouw voor ƒ 170,-,-.
In 1886 is er nieuw kerkgebouw ingewijd en is het orgel overgeplaatst. In 1908 werd een nieuw orgel geleverd door Theodorus Nöhren, waarna het oude orgel verdwenen is.
Plaatsing van een huisorgel gebouwd door Johannes Stephanus Strümphler, I/9, ingebruikname 9 juli 1837.
De dispositie is onbekend, in ieder geval een Fluit Travers 8', en een Vox Humana 8'.
Het orgel is waarschijnlijk rond 1899 verdwenen toen de firma L. van Dam uit Leeuwarden er een nieuw orgel plaatste.
Foto: Beeldbank RCE 1261
Plaatsing van een huisorgel van onbekende maker achter een schijnfront, I/8.
Handschrift Broekhuyzen vermeld dat het orgel is geplaatst door H.F. Smits, orgelmaker uit Reek, maar gezien de details van het front is dit werk toe te schrijven aan J.C. Schmidt.
Het orgel is tussen 1890-1945 verdwenen.
Literatuur
Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900.
Foto: Beeldbank RCE G.J. Dukker 168.744
Orgel gebouwd door een onbekende maker. Het had 1 klavier en 10 registers. De dispositie was als volgt:
Prestant D 8', Holpijp B/D 8', Prestant B/D 4', Quintadeen B 4', Fluit B/D 4', Nasard B/D 3', Octaaf B/D 2', Mixtuur B/D III, Cornet D V, Basson B/D 8'.
In het handschrift Broekhuyzen staat het volgende vermeld: Het orgel in de kerk der luthersche Gemeente is aangekocht door Heeren Kerkvoogden in 1836 uit de kerk der Lutherse te Veeren. Aldaar overgeplaats door Reeges, orgelmaker te Gend (25 Sept. 1836 ingewijd) werd in 1838 gerepareerd en van een aangehangen pedaal voorzien door F.C. Smits , orgelmaker te Reek. Heeft 18 stemmen, een handclavier, aangehangen pedaal en eene blaasbalg.
Waarschijnlijk was dit een vergissing van Broekhuyzen en moeten we dit werk toeschrijven aan J.C. Schmidt.
Literatuur
Boogaarts, De orgelmakers Smits te Reek (bij Grave).
Foto: Beeldbank RCE G.J. Dukker 112.711
Orgelkas gebouwd door Phillipe de Ronnet (1738) voor de Eglise Wallone Liège. In 1821 aangekocht door Parochie Sint-Truiden.
1842-1845? (exacte datum nog niet bekend) Bestek ingediend voor reparatie orgel, de uiteindelijke opdracht ging naar Arnold Clerinx.
Literatuur
Lemmens & Waegeman, Geschiedenis van de orgels in de collegiale O.-L.-Vrouwekerk te Sint-Truiden. Uit: Orgelkunst 12e jaargang, nummer 1, 1989.
Hierbij de tekst van het bestek, voor zover het nog leesbaar was:
Bestek naar waar de Heren Kerk en rentmeesteren het repareren van 't orgel in de hoofd Kerk te St. Truide hebben aanbesteed aan den Orgelbouwer
J:C: Schmidt wonagtug te Vleyme
Artikel
1.
De tans voorhande Bourdon 16 voet als ook de Montre 8 voet moet beter tot aanspraak gebragt worden zoo dat dezelve mer grond en doordringerder word
2
Alle het groote Pijpwerk van de Trompet 8 v moet het ooge en stifte verzien worden en dezelve die te kord zijn moete verlangd worde daar dezelve te dun zijn moete zij verdikt worde als ook de haake van dezelve
3
Alle het gelabieerd Pijpwerk moet naagezien worden hetgeen defekt is moe gezoldeert worden en op gerond worden en tot een vlugge aanspraek gebragt worden
4
de tans voor hande Voxaumaanoo moet een geheel ander mensuur en corpus worden als ook de leepels van mondstukken
De Foelnage moeten veranderd worden als ook degene welkers leer versleete is.
5
Het ander clavier moet met schroeve en lere moeders gemaakt worden zoo dat het clavier egaal kan geschroefd worden.
het tans voorhande pedaal moet aant manuaal aan gebragd worden.
6
Alle abstraktuur als ook Registratuur met zijn koppelwerk moet naagezien worden als ook de registers welke elkande toezeere.
7
Daar moet gemaakt worden drie blaasbalken van best vuure houd dik 3 3/4 duym dik lang 7 voete en breedt 3 en 1/2 voet En met het benodige Regel werk van ribben van 3 en 4 Duym als ook behoorgt neuze en zuygkleppe als ook het buyswerk van een bekwaame weyte.
Deze maat is Rijnlans van 12 Duym in den voet.
Voort genoemde werk neemd den orgelmaker aan voor een som van zes en vijftig gulden 75 cens.
Zegge 56 gn 75 cens
ghoed voor ned geld 1846
J:C: Schmidt
orgelmaaker
Concept vant Orgel in
Gang Gulvors Kerk
te St. Truide
In de voormalige O.L.V. ten Hemelopneming in Nispen stond een orgel uit 1634 welke in de 19e eeuw is uitgebreid met een schijnrugpositief.
Het toont grote gelijkenis met het schijnfront uit Woudrichem, zou J.C. Schmidt deze gemaakt kunnen hebben? Nispen ligt in de buurt waar Schmidt senior en junior veel werkzaamheden uitvoerden.
Foto: Beeldbank RCE G. de Hoog 968
Foto: Beeldbank RCE G. de Hoog 563 (2)
Orgel gebouwd door Hendrik Hermanus Hess (1776), het orgel had 1 klavier.
De dispositie zou als volgt geweest kunnen zijn:
Bourdon D 16', Prestant 8', Holpijp 8', Fluit Travers D 8', Prestant 4', Fluit 4', Quint Prestant 3', Super Octaaf 2', Flageolet 1', Cornet D IV, Mixtuur B/D II-III.
Helaas zijn verdere gegevens omtrent het orgel niet bekend, aangezien het kerkarchief in de 2e Wereldoorlog gedecimeerd is. In de overgebleven archiefstukken is niet te achterhalen of Schmidt het orgel in onderhoud gehad heeft. We kunnen alleen hier naar gissen. Zeer waarschijnlijk hebben ze het in onderhoud gehad, de enige link is de toenmalige predikant in Giessen: Cornelis van Rintelen, bevestigd als kandidaat in 1812 en in 1827 vertrokken. Jan Christoffel Schmidt had in het Bedelaarsgesticht in Veenhuizen contact met Van Rintelen die daar sinds 1833 als predikant werkzaam was, omdat deze graag een orgel geplaatst wilde hebben in de Koepelkerk.
Zie ook bijgaande link: Dominee Van Rinteln wil per se een orgel, 1837-1840
Wanneer het Hess-orgel in Giessen vervangen is valt ook niet uit het archief te achterhalen. In 1922 is in de kerk een orgel geplaatst van de Firma A. Standaart.
Bovenstaande afbeelding betreft een impressie zoals het Hess-orgel er zou kunnen hebben uitgezien.